Aquarel van de hand van Lou Loeber (1894-1983) voorstellende een Eekhoorn. De aquarel is voorzien van inktlijnen. Gedateerd 1922.

Reeds op jonge leeftijd was de rijke fabrikantendochter een gedreven socialiste en raakte zij er van overtuigd dat kunst kon bijdragen aan een betere maatschappij. Niet zozeer door de klassenstrijd letterlijk te verbeelden, zoals in het werk van tijdgenoten als Peter Alma en Johan van Hell gebeurt, maar door deze thematiek in een soort universele beeldtaal over te brengen. Deze universele beeldtaal, of het ‘algemeen menselijke’ zoals Loeber het zelf noemde, kon worden bereikt als de kunstenaar elk persoonlijk element in zijn werk uitbande en alleen de ‘essentie’ in vorm en kleur uitdrukte. Deze opvatting resulteerde in een moderne beeldtaal met eenvoudige, geometrische kleurvlakken en heldere kleuren, waarmee ze haar stillevens, landschappen en stads- en fabrieksgezichten vormgaf. Hoewel sterk gestileerd, bleef de waarneembare werkelijkheid altijd onderdeel van haar werk. Loeber volgde schilderlessen bij diverse kunstenaars, waaronder August Le Gras, en voltooide een opleiding aan de Rijksacademie in Amsterdam. In de jaren die daarop volgden, kwam ze in aanraking met moderne kunststromingen als het kubisme en De Stijl, hetgeen haar schilderstijl en -opvattingen danig beïnvloedde. In haar streven moderne kunst en het socialisme te verenigen, dupliceerde ze haar schilderijen om de prijs laag te houden en zo de bereikbaarheid van haar werk te vergroten. Ook werd ze aan het einde van de jaren twintig lid van de Socialistische Kunstenaarskring. In 1931 trad Loeber in het huwelijk met de socialistische kunstenaar Dirk Koning. Tijdens en na de Tweede Wereldoorlog bleef haar werk in overeenstemming met haar socialistische principes, zij het dat ze de vereenvoudiging van vormen nog verder doorvoerde.

Trefwoorden: socialisme, geometrische kleurvlakken, Socialistische Kunstenaarskring, Johan van Hell, Peter Alma, klassenstrijd. kubisme, De Stijl