Gezicht op het Groningse dorp Niehove door prominent Ploeg lid Johan Dijkstra. Volgens insiders i Niehove een van de mooiste dorpen in Groningen. Dijkstra was een artistieke pleitbezorger van Niehove.

Het schilderij is omstreeks 1968 geschilderd toen Dijkstra een jaar of 72 was. Het is neo-impressionistisch en niet expressionistisch zoals zijn vroege werken uit de jaren twintig van de vorige eeuw.

Johan Dijkstra
Gezicht op Niehove (door mij gefotografeerd op 21 februari 2021)

Volgens de auteur W.P. Janssen integreert Dijkstra met zijn gezicht op Niehove aspecten van de expressionistische schilderstijl in de nieuwe impressionistische stijl. Janssen schrijft: “we zien nu meer dan ooit de vindingrijkheid van zijn compositietalent. Hij heeft in dit landschap geen enkel houvast in beeld om diepte in het platte vlak te maken: geen boom, geen struik, geen lantaarn, geen paaltjes met prikkeldraad. Toch kijken we breeduit en heel ver ! Om te beginnen snijdt hij van linksonder het pad diagonaal het landschap in waardoor al meteen een scherpe perspectivische diepte ontstaat. De vijf rasechte Groninger Blaarkopkoeien nemen met zijn vijven proportioneel de juiste positie in om in het platte vlak nog meer diepte en verte tot stand te brengen terwijl ze het perspectivisch driesporenpad naar rechts neerwaarts glooiend markeren. Door de kerk precies in het midden tevens verdwijnpunt te plaatsen en de luchtstroom neerwaarts naar dit punt te richten, ontstaat in dit landschap een indrukwekkende vertewerking op het glooiend terpdorp Niehove. Het kleurgebruik laat duidelijk sporen na van een verleden expressionistische verftoets. Links lichtgroene slierten in de blauwe lucht. Achter het dorp aan de horizon de lichtpaarse gloed van het opdampende water van de Waddenzee. Op het driesporenpad lichtpaarse grond met roodbruine randaccenten. Dit is daardoor duidelijk geen zandgrond maar kleigrond. Hard en fris groen voor het dominanten weidegebied. Feestelijk en zomers gevuld met snelle, krachtige pasteuze stippen voor paardenbloemen, paardenbloemen, paardenbloemen, boterbloemen, boterbloemen, boterbloemen, gele, gele, gele rolklaver en koolzaadvelden neerwaarts glooiend naar de sloten. En verborgen lichtblauw water in de slootjes. Dit alles in de buitenlucht meteen op het doek gezet. De poten van de schildersezel in de klei. En een touw aan het spieraam met een steen. Twee winderige verfspatjes bleven op het doek achter: een lichtblauwe in de lucht en een donkerpaars op de onderlat van het spieraam. Met een welhaast documentaire inslag heeft Dijkstra als 72 jarige kunstenaar het gezicht op Niehove gemaakt. Uit alles spreekt zijn liefde voor het Groningerland. Overtuigend, waarachtig en toegewijd heeft hij voor ons dit cultureel erfgoed nagelaten. In dubbel opzicht een cultuurdaad: de oorsprong van dit landschap bewaren en de schilderkunst aanwenden om het vast te leggen. Het gaat hem om het bestaan en het voortbestaan van Niehove. Kunst met visie.

In 1969 werd in Delfzijl een expositie gehouden van werken van Johan Dijkstra. De pers concentreerde zich met name op de serie “de kerk en het landschap”. In het Nieuwsblad van het Noorden schreef de recensent: “in werk van recentere datum ligt het accent niet meer op de sterke lijn of het forse gebaar, maar op kleur en compositie. De serie: de Kerk in het Landschap bijvoorbeeld, biedt een uitgesproken fleurige blik. De kerkjes worden vanuit een romantische hoek benaderd. Telegraafpalen, asfaltwegen, auto’s en elektriciteitsmasten hebben bij Johan Dijkstra geen kans. Zijn schilderijen spreken van een verlangen naar een verleden toen al die dingen er nog niet waren. Hij legt vast wat er nog over is. Als een documentalist bijna. Dijkstra is niet op zoek naar nieuwe vormen maar hij is bezig met het conserveren van het oude. Mooie plekjes die het wel niet lang meer zullen maken, worden vaardig op linnen overgeheveld en zo de eeuwigheid ingeslingerd. Het landschap staat hier niet in dienst van het schilderij maar het schilderij is ondergeschikt gemaakt aan het landschap.. De kunstenaar neemt genoegen met een bescheiden tweede plaats ten gunste van het weergegevene“.

Overigens is er sindsdien zeer veel inspanning verricht om het Groninger landschap te conserveren, niet alleen op doek. Zo heeft de UNESCO het gebied Middag-Humsterland uitgeroepen tot Werelderfgoedgebied met Niehove als centrum.

Johan Dijkstra hoorde bij de oprichters van De Ploeg, maar kon door zijn verblijf in Amsterdam er in de eerste jaren niet bij zijn. Terug in Groningen voorzag hij in zijn levensonderhoud door het maken van illustraties en reclamewerk. In april 1923 organiseerde Dijkstra met Altink en Wiegers het eerste lustrumfeest van De Ploeg op Blauwbörgje, een plek net buiten de stad waar veel geschilderd werd door de Ploegleden. Vanaf begin 1926 tot in 1940 exposeerde Dijkstra vrijwel jaarlijks buiten Groningen. Ook had hij solo-tentoonstellingen in Groningen bij Pictura, in Amsterdam en Den Haag. Tussen 1928 en 1940 had hij geen bestuursfuncties meer bij De Ploeg, maar deed hij wel zijn best om het ledental uit te breiden. Hierin had hij Werkman als opponent. Sinds 1930 schreef hij recensies voor de Provinciale Groninger Courant, waardoor hij voor velen deel ging uitmaken van het establishment.

Bron: Groninger museum

Literatuur: W.P. Janssen “Een kwartet plezier in kunst”, Flevodruk Harlingen, 2008, pagina 9-15. In genoemd boekwerk wordt precies dit schilderij “Gezicht op Niehove” zeer uitvoerig beschreven.