Sfeervol schilderij van de Dordtse impressionist Anthonie Pieter (AP) Schotel (1890-1952). Het stelt de Prinsengracht in Amsterdam voor in de omgeving van de Noordermarkt (Jordaan). In de verte zijn de contouren van de Westerkerk zichtbaar. Het schilderij bevat tegenlicht. Aan de schaduw te zien is het schilderij laat in de ochtend/vroeg in de middag geschilderd (de Westertoren staat richting het oosten).

Anthonie Pieter Schotel verhuisde in 1925 van zijn geboortestad Dordrecht naar het schilderachtige vissersplaatsje Volendam, dat was uitgegroeid tot een echt kunstenaarsdorp. Daar kon Schotel volop uit de voeten met zijn favoriete onderwerpen: water, schepen en wolken. Volendam lag toen nog aan de Zuiderzee, waar op zoutwatervissen als haring, ansjovis en kabeljauw gevist werd. Daarvoor werden flinke houten botters gebruikt die Schotel buitengewoon fascineerden. Het is bekend dat hij de verschillende typen schepen altijd zeer nauwkeurig weergaf. Hoewel hij over een goed visueel geheugen beschikte, liet hij zelfs een schaalmodel van een botter maken, compleet met zeilen en tuigage. Behalve in Volendam werkte Schotel ook in Hoorn, Enkhuizen, Muiden, Elburg en Spakenburg.

Schilderen deed Schotel en plein air. Dan nam hij zijn schildersezel mee en zette die neer in de haven of op de dijk. Hoewel andere kunstenaars ook wel in een bootje plaatsnamen, om een gezichtspunt gezien vanaf het water te nemen, heeft Schotel dit nooit aangedurfd. Dit om de eenvoudige reden dat hij niet kon zwemmen. In plaats daarvan schilderij hij vaak de binnenlopende of uitvarende botters diagonaal gezien vanuit de haven. Soms is er van die haven op zijn schilderijen niets te zien, maar vaak schilderde Schotel toch een stuk kade en paar meerpalen om de compositie wat meer dynamiek te geven. Dat de kunstenaar ook beïnvloed werd door de fotografie, hij bezat zelf ook een fototoestel, bewijst het feit dat hij dikwijls gebruikt maakte van gedurfde afsnijding. Schotel deinsde er niet voor terug om een botter, tjalk of aanlegsteiger maar half af te beelden.

In zijn vroegere periode experimenteerde Schotel met formaat, kleur, stijl en techniek. Vanaf circa 1920 vereenvoudigde hij zijn motieven echter wat meer. Nu stond de atmosfeer centraal: de stemming van de lucht en het uitgestrekte water. Zijn impressionistische toets werd korter, de verf dunner uitgestreken, het kleurgebruik harmonieuzer en meer genuanceerd. Hiermee bracht hij meer verstilling in zijn schilderijen.

Het Dordrechts Museum wijdde in 2012 een grote overzichtstentoonstelling aan het werk van ‘A.P. Schotel’.