Een verzamelaar moet altijd iets te dromen hebben. Wat zou ik nog graag ooit aan mijn collectie willen toevoegen ? Voor mij is die vraag niet heel lastig te beantwoorden. Werk van de grote Franse impressionisten als een Renoir of een Monet zou ik dolgraag thuis hebben hangen. Dat lijkt mij alleen al vanuit financieel perspectief redelijk onbereikbaar. Dichter bij huis zou ik graag ooit een werk van Isaac Israëls aan mijn collectie toevoegen. Ik beschouw hem als een virtuoos kunstenaar en de grootste Nederlandse impressionist. Met minimale middelen kon Israëls maximaal effect sorteren. Verder heeft deze schilder regelmatig gewerkt in Amsterdam aan de grachten of in de parken. Zijn werken variëren in prijs van enkele duizenden euro’s tot tonnen. Het zou helpen als ik een prijs in de loterij win maar het is financieel niet onhaalbaar een werk van hem te bemachtigen.

Isaac was de zoon van kunstschilder Jozef Israëls. Zodoende kreeg hij het schilderen met de paplepel ingegoten. Door de spontane, vluchtige stijl waarmee hij het leven in de grote stad vastlegde, wordt hij samen met George Hendrik Breitner gerekend tot de stroming van het Amsterdamse impressionisme.

Net als Breitner verhuisde hij in 1886 naar Amsterdam. De twee kunstenaars gingen veel met elkaar om. Kenmerkend voor hun schilderijen zijn figuren die buiten het kader van het schilderij verder lijken te gaan. Ze zijn rigoureus van het beeld afgesneden, precies op dezelfde manier waarop iemand slechts gedeeltelijk op een foto terecht komt. Dit verhoogt het effect van een korte, niet-geposeerde momentopname. Israëls wilde graag op straat schilderen, ‘en plein air’, waar hij in 1891 zelfs een vergunning voor aanvroeg bij de gemeente. Toen hij het drie jaar later eindelijk aandurfde moest te nieuwsgierig publiek op afstand worden gehouden door de politie.

Ezeltje rijden aan het strand, een van Israels meest bekende schilderijen

In de zomers ging Israëls regelmatig met zijn vader schilderen aan het strand van Scheveningen. Ezeltje rijden op het strand (zie afbeelding) is een goed voorbeeld van de manier waarop hij het toerisme bij Scheveningen verbeeldde: licht en snel. Dit onderscheidt zijn werk ook van dat van Breitner, die meer in donkere aardetinten werkte. Voor beide kunstenaars geldt dat zij de wens van de impressionisten volgden om het moderne eigentijdse leven vast te leggen. Al eerder was dit in het oeuvre van de grote Franse meester Édouard Manet te zien, die erg belangrijk is gebleken voor de ontwikkeling van het impressionisme.

Het talent van de jonge Israëls kwam al vroeg aan het licht. Op dertienjarige leeftijd ging hij naar de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag. En ook verwierf hij al op jonge leeftijd erkenning. Hendrik Willem Mesdag, die net als zijn vader Jozef Israëls behoort tot de stroming van de Haagse school, kocht in 1881 een werk van de pas zestienjarige Israëls, dat vervolgens werd getoond op een Haagse tentoonstelling. Dat schilderij is tegenwoordig te zien in Museum Mesdag in Den Haag. In 1885 werd het monumentale schilderij Het vertrek der kolonialen gepresenteerd op de Salon in Parijs. Het naturalisme van dit schilderij kenmerkt de stijl waarin hij toen werkte. Niet lang daarna zou hij daar vanaf stappen, hoewel hij er veel succes mee had.

Net als zijn vader was Israëls reislustig: regelmatig reisde hij met zijn ouders naar Frankrijk, waar hij de kans had om de nieuwste kunst te zien. In Parijs zag hij dan de werken van Manet en Edgar Degas. Van 1903 tot 1923 verbleef Isaac Israëls in Londen, Parijs en Nederlands-Indië. Eenmaal terug in Den Haag nam hij het atelier van zijn vader over.

Bron: artsalonholland.nl