L’impression is ter uitbreiding van haar collectie op zoek naar werk (liefst olieverf schilderijen) van Elly Tamminga. Bezit u een werk van haar dat u overweegt te verkopen, neemt u dan contact met mij op. Ik garandeer een faire prijs.

Ella Henriëtte (Elly) Tamminga (Amsterdam, 1896 – Bussum, 1983) was een Nederlands kunstschilder en ondernemer. Bijgaand een zelfportret van haar hand (zie ook Studio 2000 te Blaricum). Haar vader, Cornelis Tamminga (1865–1928), had de naam van zijn moeder, Van Eysinga, aan zijn achternaam toegevoegd – hierdoor wordt Elly ook wel aangeduid als Elly Tamminga van Eysinga, of als Elly Eysinga-Tamminga.

Tamminga groeide op in Amsterdam. Haar vader was directeur van de in 1883 opgerichte Maatschappij Amsterdams Goederenvervoer. Tamminga doorliep de HBS en behaalde daarna de lagere akte Tekenen. Van 1915 tot 1919 kreeg zij les aan de Rijksakademie van beeldende kunsten in Amsterdam. Haar leermeesters waren voornamelijk Jan Bronner en Antoon Derkinderen. Op deze akademie ontmoette zij Lou Loeber, met wie zij langdurig bevriend werd. Ook kreeg zij in die tijd kennis aan Karel Luberti (1893–1979), een politiek en maatschappelijk geëngageerd essayist, vertaler en schilder, die leefde en werkte onder het pseudoniem Toon Verhoef. Luberti werd later zelfs haar levenspartner, en hij oefende met zijn socialistische kunstopvattingen beduidend invloed op haar uit.

In 1919 ontving Tamminga de Johan Gosschalk-prijs, haar enige schildersprijs – dit markeert tevens het einde van haar periode in Amsterdam en op de akademie. In 1920 verhuisde het gezin naar Bussum en betrok daar een huis aan de Lindenlaan. Moeder Wilhelmina werd vicevoorzitter van de plaatselijke afdeling van de Nederlandsche Vereniging van Huisvrouwen. In 1923 verhuisden zij naar een villa die tegenwoordig bekend staat als De Wingerd, aan de Meerweg.

Tamminga bleef betrekkelijk onbekend, doordat zij niet in, maar naast de belangrijkste kunststromingen van de eerste helft van de twintigste eeuw werkte. Zij was aanvankelijk geïnspireerd door het kubisme, maar ontwikkelde later een eigen stijl.

Naast de schilderkunst beoefende Tamminga ook architectuur. Zij ontwierp onder meer enkele landhuizen en woningen, alsmede werkplaatsen voor een automobielbedrijf in Den Haag.

Tamminga leidde een teruggetrokken bestaan. Na de Tweede Wereldoorlog trok haar oude vriend en levenspartner Karel Luberti bij haar in. Haar na-oorlogse landschappen en portretten zijn voornamelijk in Zuid-Frankrijk en Italië gesitueerd. Eind jaren 1960 meldde Tamminga dat zij al twintig jaar hoofdzakelijk in hotels in Frankrijk en Italië exposeerde en ook dat zij veel werk naar het buitenland verkocht, onder meer Australië, Indonesië, Zwitserland en Italië. In 1979 stierf Karel Luberti. Vier jaar later overleed ook zij.

Tamminga’s werk is nauwelijks in musea aanwezig, alleen in het Centraal Museum in Utrecht. Daardoor is zij bij het grote publiek onbekend.

Bron: wikipedia.nl