Recent kocht ik van een bevriend kunsthandelaar een soort van reisboek met daarin diverse kleine aquarellen gemaakt door Jo Koster en enkele andere medereizigers. Zo ook bijgaande aquarel welke in juli 1924 gemaakt is toen Jo Koster zich in Italie bevond. Het toont de haven van het plaatsje Chioggia (onder Venetie). De befaamde streepjestechniek is zichtbaar.

Koster was een dochter van Johannes Petrus Koster, kapitein-kwartiermeester, en Catharina Antoinetta van Veen. Na de middelbare school ging ze naar de Rijksnormaalschool voor Teekenonderwijzers in Amsterdam (1885-1888) en vervolgens naar de Rotterdamse academie (1888-1892), bij Jan Striening. Ze gaf enige tijd les aan de academie en volgde nadat ze in 1894 de Koninklijke Subsidie voor Vrije Schilderkunst ontving lessen in Brussel bij Ernest Blanc-Garin en aan de Académie Julian en de Académie Colarossi in Parijs. In 1902 vestigde ze zich in Zwolle, waar ze een teken- en schildersklas oprichtte. In de zomermaanden werkte ze geregeld in Staphorst, waar ze de boerenarbeiders en de klederdracht in beeld bracht. Toen zij in 1905 op een dood punt in haar carrière kwam, stopte ze op aanraden van H.P. Bremmer met schilderen en richtte zich eerst weer op het tekenen. Haar werk werd daarna zuiverder van kleur en compositie.

Kosters stijl varieert in de loop van de jaren, ze schilderde onder meer neo-impressionistisch en maakte ook pointillistisch werk. Van 1910 tot 1924 woonde ze in Hattem, waarna ze telkens korte periodes woonde in Italië, Zwitserland en Nederland, tot ze in 1934 in Den Haag ging wonen. Naast de verkoop van vrij werk verdiende ze geld met reisverslagen voor kranten en portretten in opdracht. Ze maakte ook naaldkunstwerken, ex librissen, illustraties en kamerschermen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het Statenkwartier waar ze woonde geëvacueerd en trok ze naar Zaltbommel.

Koster was aangesloten bij Arti et Amicitiae, Pulchri Studio, Vereeniging Sint Lucas en de Vereeniging van Beeldende Kunstenaars ‘De Rotterdammers’. Ze exposeerde met deze verenigingen, maar ook bij onder andere bij de Nationale Tentoonstelling van Vrouwenarbeid 1898 en de tentoonstelling De Vrouw 1813-1913. Ter gelegenheid van haar zeventigste verjaardag werd haar werk geëxposeerd in Den Haag, Dordrecht en Amersfoort.[2] Haar werk is onder meer opgenomen in de collecties van het Rijksmuseum Amsterdam, het Kröller-Müller Museum en het Voerman Museum Hattem.

Bron: wikipedia