Gezicht op de Bickersgracht in de winter zoals in 2010 vastgelegd door F.Koppelaar (1943).

Zelf zegt Frans over zijn werken:

Ik schilder uitsluitend datgene waarmee ik me emotioneel sterk verbonden voel. Er zijn bepaalde onderwerpen waar ik me toe voel aangetrokken en waar ik steeds weer op terug kom. Wat mij altijd heeft gefascineerd zijn grote steden met hun levendige structuur van gebouwen, wegen, waterpartijen, bomen, auto’s en natuurlijk mensen.

Ik ben door vele bronnen beïnvloed. Een selectie hiervan:

  • De Meesters van Nederlandse Barok, Vermeer en Rembrandt
  • De Hollandse Impressionisten Breitner, W. Maris, W.B. Tholen, H.J. Weissenbruch, W. de Zwart, I. Israels en F. Arntzenius
  • De post-impressionist Vincent van Gogh
  • De laat-impressionisten C. Vreedenburgh en J.H. van Mastenbroek
  • De abstract expressionist Willem de Kooning
  • Mijn docent Co Westerik

De vraag of en waar mijn werk in de hedendaagse, moderne kunst zou zijn in te passen interesseert me niet zo. Door de jaren heen heeft mijn werk zich ontwikkeld van pogingen modern te zijn tot het creëren van schilderijen vanuit mijn idee over hoe een schilderij er hoort uit te zien. Dat idee wordt gevoed en gevormd door ieder schilderij dat ik zie.

De kritiek die ik wel eens op mijn werk krijg is dat het niet ‘vernieuwend’ zou zijn. Ik heb bij het schilderen eerlijk gezegd niet zo’n last van het idee met mijn werk de schilderkunst te moeten vernieuwen. Ik vind zaken als compositie, verfbehandeling, kleurgebruik, tonaliteit en atmosfeer veel belangrijker.

Tijdens de twintigste eeuw werd de schilderkunst gekenmerkt door een opvallende drang tot vernieuwing, die vele modieuze ‘ismen’ heeft opgeleverd. Misschien dat men in de 21ste eeuw tot het inzicht komt dat het op zeker moment vernieuwend kan zijn voor de verandering eens niet vernieuwend te zijn. Drang tot vernieuwing brengt naar mijn idee niet per definitie opwindende kunstuitingen voort.