Het Koningsplein in Amsterdam vastgelegd op een regenachtige dag door Erasmus Bernhard van Dulmen Krumpelman (ook wel gespeld als Erasmus Bernhard von Dülmen Krumpelman(n)).

Van Dulmen (Bad Kreuznach, 25 augustus 1897 – Zeegse, 21 juni 1987) was een zoon van wiskundeleraar Erasmus Bernardus van Dulmen Krumpelman en Elisabeth Adam. Zijn ouders hadden elkaar in Kreuznach leren kennen. Kort na zijn geboorte verhuisde het gezin naar Amsterdam. Hij volgde een particuliere tekenopleiding aan de Hendrik de Keyserschool en vervolgde zijn studie aan de Rijksnormaalschool voor tekenonderwijs. In 1918 werd hij lid van Arti et Amicitiae en exposeerde geregeld op ledententoonstellingen. Hij kwam in contact met kunstenaars August Allebé, George Breitner en Willem Witsen, die hem hielpen zijn stijl te ontwikkelen. Hij schilderde met name in een impressionistische stijl. Na zijn huwelijk in 1921 vestigde hij zich in Drenthe. Hij kwam daar in aanraking met schilders van Groninger kunstkring De Ploeg, waarna zijn schilderstijl losser en kleuriger werd. Hij schilderde en tekende onder meer landschappen, stadsgezichten, circustaferelen en portretten (waaronder het portret van hoogleraar Adrianus van Veldhuizen voor de Groninger Universiteit). Hij ontwierp in 1920 voor Brusse in Rotterdam het omslag voor het boek 25 jaar onder de menschen.

Hij was in 1946 mede-oprichter van De Drentse Schilders, een kunstenaarsvereniging die tot 1953 heeft bestaan. Hij was daarna samen met onder andere zijn zoon Erasmus Herman en Evert Musch mede-oprichter van het Drents Schildersgenootschap (1954). Hij won in 1958 de Culturele prijs van Drenthe. In 1984 organiseerde het Drents Museum een overzichtstentoonstelling van zijn werk.