Terwijl mijn verzameling zich richt op impressionistische kunst, zijn er diverse stromingen die mij aanspreken. Zo heb ik geometrisch abstracte kunst altijd prachtig en interessant gevonden. De geometrisch georiënteerde abstracte schilderkunst begint met het suprematisme van de Russische schilder Malevich. Zijn beeldtaal wordt voortgezet en uitgebouwd in het Russische constructivisme. Ongeveer gelijktijdig komt de Nederlandse kunstenaar Piet Mondriaan tot het neoplasticisme, dat ontstaat tussen circa 1910 en 1920. Ook de Fransman Rober Delaunay moet hier worden genoemd, die in dezelfde periode het orphisme ontwikkelt, dat een overgangsvorm is tussen het kubisme en volledig geometrisch abstracte kunst. Kunstenaars, die in een van die stijlen schilderden of in een mengvorm daarvan zijn naast Kasimir Malevich, Vladimir Tatlin en El Lissitzky. In Nederland gelden de kunstenaars van De Stijl als belangrijkste vertegenwoordigers van abstract geometrische kunst met bekende kunstenaars naast Mondriaan als Theo van Doesburg en Bart van der Leck. Halverwege de jaren zestig van de vorige eeuw krijgt de abstract geometrische schilderkunst nog een impuls via de op art, waarvan Victor Vasarely, Jésus Rafael Soto en Bridget Riley belangrijke vertegenwoordigers zijn.

Werken van de Nederlandse kunstenaars Mondriaan, van Doesburg en van der Leck zijn zeer gewild en onbetaalbaar geworden. Er zijn echter minder bekende kunstenaars die aan deze stroming hebben deelgenomen die nog wel betaalbaar zijn. Zoals Loe Loeber:

loeber-zeeland

Lou Loeber Zeeland

Als dochter van Charlotte Landré (1869-1936) en Carl Gerhard Loeber (1865-1950), een rijke fabrikant, groeide Louise Marie Loeber op in een welgesteld milieu. Haar jeugd bracht ze door in de door haar vader gebouwde riante Villa Zonnenhoef op de grens van Laren en Blaricum. Haar sociaal bewogen en kunstminnende ouders lieten Lou schilderlessen volgen bij Co Breman (1865-1938) en August Legras (1864-1915) op wiens aanraden haar vader een atelier in de tuin bouwde. Op de Academie raakte Loeber goed bevriend met Elly Tamminga, en daarbuiten met de schrijfster Carry van Bruggen.

Tussen 1915 en 1918 bezocht ze de Rijksacademie in Amsterdam, waar ze leerling was van professor Carel Dake. Van 1919 tot 1920 kreeg ze les van de Larense schilderes Hans van Santen (1882-1967). Via Elly Tamminga maakte zij kennis met schilder en schrijver Toon Verhoef (1893-1979) die haar in contact zou brengen met het kubisme en De Stijl en haar de weg wees van naturalisme naar de abstracte vormgeving van het modernisme, waarop ze een voorkeur ontwikkelde voor Albert Gleizes, Le Corbusier en De Stijl. In de periode 1920-1921 werd haar werk aanmerkelijk strakker van vorm en soberder van kleur.

Ze bestudeerde de werken van Mondriaan bij verzamelaar Sal Slijper (1884-1971) (zijn collectie is tegenwoordig ondergebracht in het Gemeentemuseum Den Haag). Met name De Rode Molen (1911) en het drieluik Evolutie (1910-11) spraken tot haar verbeelding. Onder invloed van Verhoef zocht ze naar een samengaan tussen moderne kunst en socialisme. Het is haar ideaal dat haar werk voor een groot publiek bereikbaar en betaalbaar is en ze besluit haar schilderijen te vermenigvuldigen om de prijs laag te houden. In 1927 reisde ze naar het Bauhaus in Dessau en naar Berlijn. In datzelfde jaar werd de ‘Socialistische Kunstenaarskring’ (SKK) opgericht, ze werd lid en bleef dat tot 1929, ook was ze lid van de Vereniging van Beeldende Kunstenaars Laren-Blaricum.

Haar voorkeur ging uit naar industriële en technologische onderwerpen en ze verkoos de werkelijkheid te stileren met behulp van diagonale, horizontale en verticale lijnen. Volledig abstracte kunst vond ze elitair, ze koos een sterk geabstraheerde werkelijkheid tot uitgangspunt. Hierin vertoonde ze overeenkomsten met haar Blaricumse buurman Bart van der Leck.

In 1931 huwde ze de socialistische kunstenaar Dirk Koning (1888-1978). Vanaf 10 maart 1927 tot 1978 woonde ze met haar man weer in haar ouderlijk huis, de Villa Zonnenhoef te Blaricum op de Eemnesserweg 36a. Tot 1940 blijft haar werk gebaseerd op herkenbare voorstellingen, dit in overeenstemming met haar socialistische opvattingen. In de vereenvoudiging van haar vormen schuift ze ten slotte zo ver op dat haar latere schilderijen bijna geheel abstract zijn.

Werken van Lou Loeber zijn onder andere te vinden in het Singer Museum in Laren en het Rijksmuseum Twenthe.

Mocht u een werk van Lou Loeber in bezit hebben dat u overweegt te verkopen,  neemt u dan contact met mij op