Circa 4 jaar geleden kocht ik mijn eerste aquarel. Daarvoor kocht ik alleen maar olieverf schilderijen en keek ik niet eens om naar aquarellen (in het Engels “water colour” geheten). Nu ben ik gek op aquarellen omdat ze, hoe kwetsbaar ook, het echte meesterschap laten zien. Verven met olieverf geeft de schilder een herkansing. Met aquarellen is er geen sprake van herkansing. Het moet in 1 keer raak zijn. In een tekening, aquarel of pastel herken je de hand van de meester.

Ik heb enkele aquarellen in collectie die meer dan een eeuw jaar oud zijn en toch hun kleur behouden hebben. Dus een stukje papier met waterverf dat feitelijk twee wereldoorlogen heeft overleefd. Zeer bijzonder.

In een artikel uit 2015 schreef de Volkskrant onder andere het volgende over aquarellen:

Water schilderen is best lastig. Wat nog lastiger is: bewegend water schilderen. Het deint en stroomt en is per definitie veranderlijk; probeer het te kopiĆ«ren en het oogt al snel houterig. Beter, zo las ik in een interview met een zeeschilder, is het om het via een omweg te proberen. Dat je de verf aanbrengt op een manier waarin beweging doorklinkt; dat je zoekt naar waterige effecten. Niet het ding proberen na te maken, maar het karakter van het ding – zoiets.

In de 19de eeuw was de techniek immens populair. Het was in die periode dat de aquarel zijn transparante, expressieve vorm kreeg; het was toen ook dat het medium in achting steeg bij verzamelaars

Het hele (interessante) artikel is hier te lezen: https://www.volkskrant.nl/cultuur-media/de-aquarel-volwaardige-werken-in-waterverf~b821cff8/